strange beauty (NL)

Publications / Press >> Text by Deborah Kochko (English)


STRANGE BEAUTY
THE WORK OF RUUD VAN EMPEL
BY DEBORAH KLOCHKO

There is no excellent beauty that hath not some strangeness in the proportion. – Francis Bacon


In de rijke, gelaagde wereld die Ruud van Empel schept, zijn wij slechts toeschouwers. Wie zijn werk wil doorgronden, moet niet alleen zijn techniek begrijpen, maar ook zijn inspiratiebronnen. Hij refereert weliswaar aan de Duitse schilder Otto Dix en aan verschillende zestiende-eeuwse schilderijen, maar zijn werk gaat evenzeer over vroege fotografische tradities en twintigste-eeuwse cinema. In de gefotoshopte werelden die hij creëert, gaat het niet zozeer om de digitale technieken die hij zich eigen heeft gemaakt maar vooral om de verhalen waarop er in de uitbeelding wordt gezinspeeld.

Het maken van collages, waarbij verschillende beelden worden gecombineerd om een nieuw geheel te scheppen, heeft een lange traditie in de fotografie. Vroege toepassingen waren gebaseerd op de technische beperkingen van het natte collodiumprocedé, waarbij opnames tweemaal apart moesten worden belicht om een landschap met wolken te creëren. ( Door de gevoeligheid voor blauw in het spectrum gaf een opname die normaal was belicht voor het grondgedeelte een lucht die zo dicht was dat deze bij het afdrukken wit werd – daarom werden er voor lucht en wolken aparte opnames gemaakt. ) Vroege kunstfotografen zoals Oscar Rejlander en Henry Peach Robinson gebruikten de collagetechniek; niet om technische tekortkomingen te overwinnen, maar om artistieke controle uit te oefenen en daardoor hun werk als kunst te kunnen bestempelen. Beiden maakten grote afbeeldingen opgebouwd uit meerdere negatieven. Rejlander gebruikte er meer dan dertig in zijn The Two Ways of Life ( De twee manieren van leven ). Robinsons Fading Away ( Wegsterven ) dat hij had samengesteld uit vijf negatieven, toont een jong meisje bezwijkend aan de tering, haar familie aan het bed. Het publiek was zwaar verbolgen over de afbeelding, die te intiem zou zijn om getoond te kunnen worden. Maar in feite was niets ervan echt. Alle afgebeelde mensen waren apart gefotografeerd en vervolgens waren deze foto's tot een geheel gesmeed. Omdat fotografie werkelijk lijkt te zijn, geloofden de toeschouwers dat de afbeelding de waarheid toonde, zozeer dat ze woedend werden.

Fotocollage was ook een populair tijdverdrijf in de Victoriaanse tijd. Fotografische afbeeldingen, vaak in combinatie met aquareltekeningen, werden in veel albums als versiering gebruikt. In haar essay hierover schreef Elizabeth Siegel: "Het nieuwe medium van de fotocollage was bij uitstek geschikt voor surrealistische en grillige composities; de mogelijkheid om fotografische portretten te combineren met geschilderde decors bood een bron van inspiratie voor droomachtige en vaak bizarre resultaten". Van Empel gebruikt Photoshop om zijn oorspronkelijke afbeeldingen naadloos tot collages te smeden, om zo zijn eigen surrealistische en grillige werelden te scheppen. Over zijn bedoeling zegt hij: "... je moet de tijd nemen om mijn werk te bestuderen. Er moet iets groots en pakkend zijn dat meteen je aandacht grijpt; vervolgens zie je de sinistere details." Van Empel schept werelden die in werkelijkheid niet kunnen bestaan, maar die zo scherp in beeld zijn gebracht dat wij er ogenblikkelijk worden binnengezogen.

In de ontwikkeling van Van Empels kunst is schilderen belangrijk geweest; zijn werkwijze lijkt op die van een schilder. Afbeeldingen zijn gelaagd en kleuren worden gemengd, maar in plaats van verf en kwast gebruikt hij camera en computer. Over Otto Dix, een van zijn inspiratiebronnen, zegt Van Empel: "Hij is een heel bijzondere schilder. Hij valt met niemand te vergelijken omdat hij in staat is de schoonheid van lelijke dingen te tonen. Hij kan iemand afbeelden met een gezicht vol lelijke, verwrongen emoties en dan nog is het mooi". Deze uitspraak weerspiegelt tegelijkertijd Van Empels eigen intenties met zijn werk – dat wat we in eerste instantie zien is niet datgene waar de afbeelding werkelijk om draait. Van Empels serie Venus is geinspireerd op een schilderij van meer dan vierhonderd jaar oud – Venus, van de Duitse schilder Lucas Cranach maar het gaat een compleet andere richting uit door een zwart persoon als onderwerp te nemen, geplaatst in een Eden-achtige omgeving.

Ook de cinematografische invloed op Van Empels werk behoeft de nodige aandacht. Na in de film- en televisiewereld en als grafisch ontwerper te hebben gewerkt, werd hij aangetrokken door het werk van regisseurs als David Lynch, Jacques Tati, Michael Powell en Emeric Pressburger. Tati's Playtime uit 1967 is een overrompelende visuele voorstelling van een modern, zielloos Parijs en vertelt het verhaal van een man die niet past in zijn eigen stad en tijdsgewricht. Nagenoeg dertig jaar later zou Tati's uitbeelding van de hedendaagse kantoor'hokken' en van de mens als radertje in die grote machine de inspiratie vormen voor Van Empels serie The Office Powells film Peeping Tom wordt vandaag de dag weliswaar geroemd, maar toen hij in 1960 uitkwam waren de recensies uitgesproken vernietigend. Het is het verhaal van een succesvolle jongeman die tevens voyeur en moordenaar is en die de laatste adem van zijn slachtoffers op film vastlegt. Kleur is een sleutelelement in Powells film. Een recensent schreef: "Peeping Tom... heeft een verbazingwekkend naar voorkomen ( het gebruik van Eastmancolor is zeer toepasselijk ). De heldere tinten rood, blauw, groen en geel suggereren een comfort en elegantie die eenvoudigweg ontbreken. De beelden zijn prachtig maar tegelijkertijd verontrustend, soms zelfs misselijkmakend". Het gebruik van kleur om de emotionele reactie van toeschouwers te reguleren is iets dat Van Empel zich al vroeg eigen maakte.

De invloed van deze filmregisseurs op Van Empel beperkte zich niet tot de visuele aspecten van hun films. Zoals hoogleraar mediawetenschappen John Ellis stelde: "... schijn is vaak aangemerkt als een van de aspecten waar het om draait in de films van Powell en Pressburger." Powell zelf zei: "... veel acteurs en actrices begrijpen niet het verschil tussen een publiek dat je ziet spelen en de camera die je ziet nadenken." In Van Empels werk krijgt dat onderscheid de hoofdrol, waarbij Van Empel fungeert als een 'acteur' die het verschil maar al te goed begrijpt. Van Empel heeft het theatrale van Photoshop teruggebracht tot een subtiel middel om zijn visie vorm te geven. In zijn afbeeldingen worden informatielagen en meervoudige details ingedikt tot verhalen die zich ontvouwen. Zoals een regisseur en een editor samen een film construeren, brengt hij visuele elementen en verhaal terug tot een enkele afbeelding. Als zijn achtergrond zuiver fotografisch was, zou zijn werk totaal anders zijn geweest.

Van Empels virtuositeit ligt in zijn vermogen het soort ideeën dat in de schilderkunst ( historische verwijzingen, de kracht van een blik, kleurgebruik ) en cinema ( structuur met meervoudige beelden en de kracht van een vertelling ) besloten ligt te combineren in fotografie, en dat grootschalig te doen. Om zijn werk te doorgronden, moet je je afvragen: Is het wetenschap of kunst? Is het echt of verzonnen? Is het onschuld of ontaarding? Dit zijn slechts een paar van de vragen waarmee we geconfronteerd worden wanneer we de wereld van Ruud van Empel binnentreden. De merkwaardige schoonheid die inherent is aan zijn werk geeft onschuld een snufje gevaar, waardoor het nodig blijkt veronderstellingen in twijfel te trekken en voorbij te gaan aan het behaaglijke. Dat is de kracht van kunst op zijn best – wat we voor waar aannemen in twijfel te trekken en ons mee te voeren op een ontdekkingsreis.


DEBORAH KLOCHKO
Director Museum of Photographic Arts
San Diego


by Ruud van Empel. All rights reserved.