Interview International Photofestival Knokke-Heist 2012

Publications / Press >> Interview International Photofestival Knokke-Heist 2012

INTERVIEW (DUTCH)

I Roger Scruton schreef dat onze ervaring van schoonheid in de natuur ons verzekert dat de wereld een juiste en goede plaats is om in te bestaan. Wanneer men pauseert om de perfecte vorm van een wilde bloem te bestuderen, dan ervaart men een verhevigd gevoel van ‘thuis zijn’. Een wereld die ruimte maakt voor zo’n dingen, maakt ook ruimte voor onszelf. Anderen zien de natuur als vijandig en als de grote antipode van cultuur. Hoe sta jij als mens ten aanzien van de natuurlijke omgeving?

Ik hou erg van de natuur, vind haar rustgevend, mooi en aangenaam. Natuurlijk omwille van het feit dat ik een goed huis heb met een supermarkt om de hoek! Stel dat ik naakt in een oerwoud wordt geworpen en moet overleven, dan wordt het een ramp natuurlijk.
Als ik in een mooi bos ga fotograferen, dan geniet ik daar met volle teugen van, het is prachtig om zich in een omgeving te bevinden waar mensen minder impact hebben. Ik fotografeer er alles wat me bevalt en zoek naar de meest vreemde vormen in planten en bomen. Zij drukken de grilligheid van de natuur uit, de natuur als een kracht an sich. Hoe dan ook, als je de natuur vergelijkt met wat mensen produceren, dan is ze eigenlijk wonderschoon. Je voelt dat alles klopt, dat alle elementen in de natuur een eenheid vormen en in harmonie zijn met elkaar. Vergeleken met de natuur, is onze architectuur minderwaardig en meestal zelfs extreem lelijk.


II In de Hollandse landschapskunst van de 17de eeuw, in de schilderijen van Van Ruysdael, Van Goyen, ontdekken we machtige landschapsbeelden die de immensiteit van de natuur uitdrukken. De mens verschijnt er nietig en klein. Dit in tegenstelling tot het denken in de 20ste eeuw. Door de technologische en wetenschappelijke vooruitgang gingen wetenschappers de natuur steeds meer bekijken als een meetbaar ‘iets’ dat overheerst en geëxploiteerd moet worden. Hoe kijkt jij als kunstenaar naar die natuur in vergelijking tot wetenschappers?

Ik zie de natuur meer als iets mysterieus, als een jungle met eigen wetten. Het is een andere wereld dan de onze en we staan er machteloos tegenover. Mensen zijn een toevalligheid in de hele evolutie, en een spijtige, want zij vernietigen alles. Een werkelijke plaag! Als wij onze aantallen niet onder controle krijgen, zullen we ten onder gaan. De natuur zal dan wel nieuwe levensvormen ontwikkelen zonder ons. Enkel de insekten zullen overleven.


III Het festival brengt beelden van kunstenaars-fotografen die verre reizen maakten om hun beelden te maken. Maak jij ook reizen om beelden te nemen van de exotische planten of mensen die in jouw werk vaak terugkomen?

Reizen zijn niet steeds noodzakelijk, al heb ik wel al eens tijdens reizen gefotografeerd. De portretten in m’n werk maak ik met behulp van modellen die buro’s naar me toezenden en voor de exotische planten ga ik vaak in plantentuinen fotografen, zoals de botanische tuin in Gent.


IV De Duitse School wordt altijd als zeer rationalistisch aanschouwd? Bernd en Hella Becher die beelden maakten van industriële structuren of typische huizen waren objectieve, bijna wetenschappelijke fotografen. Jouw werk heeft daar op het eerste zicht niets mee te maken, maar toch is het bijzonder rationeel, misschien zelfs nog meer dan de Bechers?

Je kan de fotografie van de Bechers misschien sterk conceptueel noemen, in die zin dat in hun kunst het idee primeert op de verschijningsvorm. Het fotografische luik van m’n werk is eveneens sterk beredeneerd. Om m’n collages te maken, moet ik gigantische archieven aanleggen van verschillende natuurelementen zoals; bladeren, insekten of boomstammen. Ik registreer en catalogeer eindeloos verschillende typologiëen. Dat komt omdat de foto’s uiteindelijk gebruikt worden in een groter geheel. Ik fotografeer net als de Bechers tijdens bewolkt weer en laat geen zon en schaduwen in het beeld toe. Foto’s met een verschillende lichtinval zijn immers moeilijk te combineren, de foto’s moeten egaal van belichting zijn.
Ik houd ervan mensen af te beelden, dat is een duidelijk verschil tussen mij en de Bechers.


V Je speelt een voortrekkersrol in wereld van de kunst door het gebruik van de computer voor de creatie van beelden die emotioneel en inhoudelijk sterk appeleren. Toch blijft het bij de creatie van een vrij realistische wereld. Is er in de toekomst nog een rol weggelegd voor nog meer experiment in de beeldweergave?

Ik probeer telkens weer iets nieuws, dat heb ik ook nodig, ik moet me blijven ontwikkelen. Dus zoek ik telkens weer naar andere manieren om tot een beeld te komen. Maar voorlopig blijf ik me houden aan een zeker realisme. Dat vind ik nog steeds het spannendst, zodra je onrealistische of abstracte elementen toevoegt aan het beeld, wordt het snel afstandelijk en kunstzinnig. Dat is niet waar ik naar op zoek ben. Indien ik nog schilderachtiger wil werken, zou ik dit beter doen met verf op canvas, dat biedt tenslotte eindeloos veel mogelijkheden. Ik blijf me verbinden aan de fotografie en bijgevolg aan een vrij realistische weergave van de werkelijkheid.


VI Door de ontwikkeling van de computer werd de fotograaf ook een beetje een schilder en wordt er ook vaker mee vergeleken. Mensen zien spontaan in jouw werk de vergelijking met de schilder Douanier Rousseau. Ook hij creëerde een naïeve wereld, liet zich inspireren door botanische tuinen en creëerde een vorm van schoonheid die volledig indruiste met de gangbare esthetiek van z’n tijd. Toch houdt je niet van deze vergelijking, zijn er andere mensen uit de schilderkunst die je beïnvloedden?

De vergelijking met de schilderkunst is begrijpelijk, ik fotografeer alles los van elkaar, en dat wordt dan in de computer hersamengesteld. Zo heb ik veel meer de werkwijze van een beeldend kunstenaar dan van een fotograaf. Anderzijds werk ik vaak met typisch fotografische technieken zoals dieptescherpte en onscherpte in het beeld. Ook thematische gegevens uit de fotografie inspireren mij. Zo maakte ik de serie Generation, grote volledig samengestelde klasfoto’s! Familiefotografie en de zogenaamde ‘kiekjes-fotografie’ inspireren mij. Foto’s genomen door amateurs tonen vaak het ‘echte leven’ op een realistische manier, terwijl de professionele fotografie veelal gemanipuleerd is door de kadrering en het “oog” van de fotograaf. Henri rousseau is eigenlijk nooit een inspiratie voor mij geweest, Otto Dix en Edward Much waren dat wel, dat heeft te maken met hun onderwerpen, het humanisme in hun werk spreekt mij erg aan.


VII Het festival toont het werk Boy and Girl, een zwarte jongen en een meisje wandelen door een gigantisch oerwoud, een paradijselijke toestand? Een romantische zoektocht naar een andere, betere wereld, of de negatie ervan?

Het werk is als een sprookje bedoeld, maar dan met twee zwarte in plaats van blanke kinderen. De setting refereert ook veel meer naar een tropische omgeving en niet naar een donker Europees woud. Hoewel de natuur er altijd heel schoon uitziet, zit deze ook vol gevaren, het is niet alleen een sprookjesbos maar ook een jungle, waar men eet en gegeten wordt, een strijd op leven en dood gaat er dag en nacht door. De natuur kent vele verschijningsvormen, soms lieflijk soms monsterlijk, dat is ook het beeld dat ik me vorm van onze planeet; een paradijs vol leven en dood, vol gevaren. Mooi, lieflijk, lelijk en angstaanjagend tegelijk.

VIII Een deeltje van de tentoonstelling Wonderlands wordt gebracht in de beroemde Magritte-zaal. Hiermee legt het festival een link naar de surrealisten. Is dit een interessante context voor jouw werk?

Mijn werken zijn niet surrealistisch, hoewel mijn waardering voor deze kunststroming groot is. Fotomontages kunnen vaak een bevreemdende werking hebben, zeker wanneer zij extreem en grotesk zijn. In het surrealisme zie je onverwachte combinaties van voorwerpen, maar ik probeer dit te vermijden. Ik wil alles zoveel mogelijk in verhouding plaatsen. Soms sleutel ik subtiel aan die verhoudingen om een bepaalde kracht in het beeld te brengen. Maar op het eerste zicht moet de kijker toch denken dat het allemaal klopt. Het werk oogt als een foto-document, ook al is het volledig gemonteerd. In tegenstelling tot de documentaire fotografie, heb ik de hele compositie onder controle… het wordt allemaal te mooi om waar te zijn…


IX Ondanks het feit dat het begrip ‘schoonheid’ in de 20ste eeuw met z’n wereldoorlogen als het ware een taboe werd in de Westerse kunst, vinden vele mensen het één van de meest verdienstelijke kwaliteiten van jouw werk. Hoe vindt zo’n werk een plaats in een wereld waarin economische crisissen, sociale revoluties en ecologische catastrofes elkaar in hoog tempo opvolgen?

De wereld is altijd vol oorlogen, economische crisissen en sociale revoluties geweest, ze zijn de laatste honderd jaar alleen op een grotere schaal aanwezig met alle gevolgen van dien. Voor mij is dit geen reden om een een zekere schoonheid te gaan weren in de kunst, schoonheid is van alle tijden. Het Modernisme heeft op een bepaald moment, vertrekkende vanuit theoretische stellingen, de conclusie getrokken dat er geen plaats meer was voor figuratie en schoonheid. Men vond dat deze geen zeggingskracht meer hadden. Maar de tijd is veranderd. Juist op het moment dat de eerste signalen van grote, natuurlijke rampen zich aandienen, zie je terug schoonheid verschijnen in de kunst!

Ik vind dat er geen taboes mogen zijn in de kunst. Wanneer iedereen mij zegt dat schoonheid verboden is, dan ga ik die juist opzoeken. Het is te moeilijk om opzettelijk iets lelijk te maken, zeker in mijn techniek, montage door middel van photoshop. Een lelijk werk is veelal een mislukt werk, alles moet passen en kloppen.

Dus schoonheid is nodig in mijn werk, en het is ook één van de dingen die mijn hele leven lang al een sterke indruk op mij maakte. Ik vind het ervaren en zien van iets wat duidelijk een grote schoonheid bezit een hele prettige ervaring, in Nederland zou men zoiets vanuit Calvinistisch oogpunt verwerpelijk vinden, maar ik heb er geen moeite mee.


X Jouw werk wordt regelmatige in een museale context getoond. Het festival haalt ze echter uit deze beschermende context en plaats ze in een natuurlijke omgeving of op locaties in de stad. Dit betekent dat ze in een omgeving terecht komen waar zij de concurrentie aangaan met de pure schoonheid van de natuur of de agressieve reclameborden in de binnenstad. Hoe denk jij dat mensen hierop zullen reageren?

Verbaasd zeker!? De ingrepen zullen opvallend zijn en een behoorlijk contrast vormen met de omgeving. Door de grote formaten zullen de details nog sterker worden uitvergroot, dit brengt een nog grotere bevreemding te weeg. Hoe dan ook, de reacties op mijn werk zijn altijd sterk verdeeld. Een deel van de mensen waardeert m’n werk, een ander deel absoluut niet. Dit komt omdat het werk zeer uitgesproken is, men kan nu éénmaal niet iedereen plezieren…


by Ruud van Empel. All rights reserved.